Concertinformatie

Concertinformatie

Concert 19.05.2019

Programma

Antonín Dvořák (1841-1904):

Serenade voor blaasinstrumenten, cello en contrabas in d-klein (Opus 44)

-Moderato, quasi marcia

-Minuetto / trio

-Andante con moto

-Finale: allegro molto

In de 19e eeuw was het schrijven voor een blazersensemble enigszins op de achtergrond geraakt. In de 18e eeuw daarentegen was aan elk hof een blaaskapel verbonden om voor het amusement te zorgen. Dvořák heeft zich ongetwijfeld laten inspireren door de vele blaas­muziek die zijn Boheemse en Oostenrijkse voorgangers toen geschreven hebben. Tijdens een bezoek aan Wenen hoorde Dvořák een blazersserenade van Mozart en deze uitvoering inspireerde hem tot het schrijven van dit werk. Het werk ontstond in januari 1878, kort voor de eerste cyclus van Slavische dansen. Ondanks de toonsoort (d-mineur) is het een vrolijk en sprankelend stuk.

Het mars-achtige eerst deel begint zeer karakteristiek met een stijgende kwart: hetzelfde thema duikt overigens in de finale opnieuw op. Het tweede deel is feitelijk een Boheems Sousedka: een gracieuze volksdans. Het andante heeft, vooral in de syncopische begeleidings­figuren, verwantschap met het Adagio uit de Gran Partita van Mozart. Het stuk eindigt met een geestige en virtuoze finale.

Dit werk wordt naast de Gran Partita van Mozart tot het beste gerekend van wat voor blazers­ensemble is gecomponeerd.

Pauze

Johannes Brahms (1833-1897): Serenade no. 2 in A, opus 16

-Allegro moderato

-Scherzo / Trio

-Adagio non troppo

-Quasi Menuetto

-Rondo

De beide serenades van Brahms zijn vroege orkestwerken, geschreven tussen 1857 en 1860. De bezetting van de tweede serenade is opmerkelijk: naast een ‘dubbel blaaskwintet’ (aangevuld met een piccolo, die alleen in het laatste deel meedoet) zijn er uitsluitend lage strijkers: altviolen, celli en contrabas. Violen ontbreken dus, waardoor alles wat er op melodisch gebied in de hogere regionen gebeurt voor rekening komt van de blaasinstrumenten en er een specifieke klankkleur ontstaat.

Het eerste deel heeft een klassieke sonatevorm. Dan volgt een scherzo met tegendraadse ritmes. Het prachtige derde deel (adagio non troppo) wordt gevolgd door een delicaat, introvert ‘quasi-menuet’ (in 6/4 maat). De serenade eindigt met een uitbundig rondo.

Septentriones

Acht enthousiaste musici met een gezamenlijke interesse in kamermuziek vormen sinds het najaar van 2002 het blazersensemble Septentriones.

De basisbezetting is een klassiek octet bestaande uit twee hobo’s, twee klarinetten, twee fagotten en twee hoorns. Afhankelijk van het repertoire wordt deze bezetting uitgebreid met bijvoorbeeld contrabas, fluiten of extra koperblazers.

Het ensemble werkt aan twee of drie projecten per jaar. Een korte periode van intensief repeteren wordt afgesloten met concerten op diverse locaties in Nederland. Het repertoire bestaat uit klassieke, romantische en hedendaagse werken.

Septentriones is Latijn voor enerzijds het sterrenbeeld Grote Beer en anderzijds het noorden en noordenwind. Het blaasoctet (wind octet) Septentriones is opgericht in de sterren- en planetenbuurt in Amsterdam-Noord en de leden komen (bijna) allemaal uit Noord-Holland.

Sinds maart 2007 wordt Septentriones geleid door Herman Draaisma.

Septentriones speelt vanmiddag met de volgende blazers en strijkers:

Paula van Wijk en Irene Brugman, fluit/piccolo

Frans Oosterhuis en Harm Meier, hobo

Anja Jansen en Annemiek Vloon, klarinet

Jaap Oudendijk, Cora Rood en Joke Koolhaas, hoorn

Martin Jansen en Rik Ages, fagot

Hans van Dongen Torman en Ben Wellerdieck, contrabas

Siem Huijsman, Nellie Borst, Clarien Zetsma en Geerte Visscher, cello

Ellen Sielcken, Sisca van der Hell, Gert Floor en Anke Wolffes, altviool

voor meer informatie: Toos Bergen 06-51853814